Fokkerijfilosofie

Dekstation De Watermolen geniet wereldwijde bekendheid. De hengstenhouderij kwam op gang met de aankoop van Voltaire (v. Furioso II), die een ongekende invloed kreeg in de fokkerij. Begin jaren negentig kocht Jan Greve in Frankrijk de tweejarige hengst Guidam (v. Quidam de Revel), die eveneens uitgroeide tot een sublieme springpaardenleverancier. Het dekstation werd aangevuld met volbloedhengsten als Mytens xx en Julio Mariner xx, de springhengsten Creool (v. Akteur) en Karandasj (v. Fedor), maar ook met Scandic (v. Solos Carex), de winnaar van de bronzen medaille in de kür op muziek op het EK dressuur in Rotterdam 2011. De meeste hengsten kreeg Jan Greve zelf goedgekeurd bij het KWPN.

De fokkerijfilosofie op De Watermolen is gericht op het fokken van een modern sportpaard met intelligentie, waarbij Jan Greve de drang heeft om telkens weer wat nieuws te ontdekken. “Dat is ook mijn zwakte gebleken. Ik had en heb nog steeds misschien niet de meest commerciële hengsten, maar ze bleken later wel heel goed te zijn en een duidelijke stempel te drukken in de fokkerij”, vertelt Jan Greve. “Zo ging dat ook met Voltaire, die in het begin maar weinig populair was. Toch had ik er vertrouwen in. Broers van zijn moeder presteerden bijvoorbeeld zeer goed. Tegen de tijd dat fokkers de kwaliteiten en verervingskracht van een hengst ontdekken, dan ben je een hele stap verder.”

“Zo zei iemand vier jaar geleden op de KWPN-hengstenkeuring tegen mij dat Quidam de Revel toch wel heel interessant is en dat illustreert mijn stelling. Guidam komt uit de eerste jaargang van Quidam de Revel, waar de hele wereld nog niet van gehoord had en ik vond het juist heel interessant. Fokkers lopen vaak achter de feiten aan. Maar je moetvoor de muziek uit lopen en dat wil ik blijven doen, ook al is dat niet commercieel. Het is makkelijker om een bekende hengst op een merrie van een bekende hengst te stapelen, maar dat is geen vernieuwing en dat is voor mij juist de uitdaging.”

Wie de pedigrees van de dekhengsten op De Watermolen bestudeert zal opvallen dat de meeste hengsten veel volbloed voeren. Jan Greve mag zelfs Nederlands grootste promotor van de volbloed genoemd worden, want er staat altijd wel een volbloedhengst bij hem op het station. Hij had zelfs Lauries Crusador xx in bezit, die in de Duitse fokkerij niet meer weg te denken is.

“Een goed sportpaard voert altijd volbloed in z’n aderen. Zonder wil het niet! De volbloed doet zijn werk het best via de moeder, kijk maar naar Voltaire of bij mijn jongere hengsten als Quidaro en Carambole. Zij maken moderne veulens omdat ze volbloed hebben meegekregen. Het gebruik van de volbloed vraagt wel om een lange termijnvisie. Er zijn fokkers die een veulen willen fokken om deze weer te verkopen, maar als je een stam wil opbouwen is het aan te raden om op zijn tijd een volbloedhengst te gebruiken en met het product verder te fokken.”

Jan Greve, Haaksbergen 2012